HomeStandpuntenPrenataal onderzoek

Standpunten

Prenataal onderzoek

Prenataal onderzoek ontaardt in de praktijk steeds vaker in prenatale selectie. Dat zien we onder meer bij de selectie op het Downsyndroom. Daarom willen we dat met dit onderzoek erg terughoudend omgegaan wordt. Zolang abortus is toegestaan mag prenataal onderzoek (zoals de NIP-test en de 20-wekenecho) pas na afloop van de abortustermijn plaatsvinden, tenzij er goede prenatale behandelingen zijn om een beperking vroegtijdig te voorkomen of te genezen. Prenatale testen worden niet kosteloos aangeboden.

  • De VN-verdragen over de rechten van het kind en over de rechten van personen met een handicap gaan uitdrukkelijk óók over het ongeboren leven. Abortus vanwege een gevreesde handicap is dan ook ontoelaatbare discriminatie van gehandicapt leven. De overheid heeft juist de taak om de acceptatie van mensen met een beperking te bevorderen.
  • Aan ouders bij wie geconstateerd is dat hun kindje mogelijk een beperking of een handicap heeft, moet betere informatie worden aangeboden. Zij moeten duidelijke voorlichting meekrijgen waarin objectieve en volledige informatie gegeven wordt over de waarde van gehandicapt leven, de ondersteuningsmogelijkheden bij de opvoeding en de eventuele behandelmogelijkheden.
  • De SGP stelt geld beschikbaar voor prenatale geneeskunde. Te denken valt aan de ontwikkeling van een 3D-printer waarmee een ongeboren kind met een open rug al vóór de twintigste week van de zwangerschap in de baarmoeder geopereerd kan worden.