HomeStandpuntenMestbeleid

Standpunten

Mestbeleid

De veehouderij produceert meer mest dan ze op eigen (gras- en mais)land kwijt kan. Akkerbouwers hebben juist mest nodig. Desondanks hebben we op nationaal niveau een overschot. Door mestverwerking en export wordt dit overschot buiten de Nederlandse landbouw afgezet. De SGP zet met name in op ruimte voor de afzet van dierlijke mest (in plaats van kunstmest) op Nederlandse landbouwgrond, maar wel zo dat de waterkwaliteit erop vooruit gaat in plaats van achteruit.

Concreet:

  • Uitmergeling van de bodem willen we niet. Bedrijven met hoge gewasopbrengsten verdienen meer ruimte om mest uit te rijden.
  • Een volgend actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn moet meer rekening houden met regionale verschillen: geen problemen maken die er niet zijn en problemen aanpakken daar waar ze zijn. Metingen van de waterkwaliteit kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. De SGP kiest voor een gebiedsgerichte en zo mogelijk bedrijfsspecifieke aanpak, op basis van metingen.
  • Om extra mest uit te kunnen blijven rijden boven de norm (derogatie), zou deze mogelijkheid alleen voor grasland geboden moeten worden, maar dan wel voor álle bedrijven met grasland. Dat stimuleert om voor gras in plaats van het uitspoelingsgevoeligere mais te kiezen.
  • Meer organische stof is goed voor bodemvruchtbaarheid en bodemleven. Vaste, stapelbare mest moet (net als compost) een fosfaatvrije voet krijgen en het hele jaar door uitgereden kunnen worden. Ook weide- en akkervogels profiteren daarvan.
  • Gebruiksnormen mogen in ieder geval niet aangescherpt worden.

Zie verder Fosfaatrechten.