10 februari 2026

Maak van herziene strafvordering geen dubbel onrecht

De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het herzien van het Wetboek van Strafvordering. Een immense onderneming, maar wel broodnodig. De voorgeschreven procedures en opsporingsmogelijkheden sloten niet meer aan bij de moderne techniek. Bij zo'n herziening hoort ook dat je je bezint op de onderliggende principes van de strafvordering. Vandaag stelde Peter Schalk daarover enkele vragen.

Mevrouw de Voorzitter, er is een oud verhaal over een wijze koning waar twee vrouwen verhaal kwamen halen. Ze hadden allebei een kindje gekregen, maar toen een van de moeders in de nacht merkte dat haar kind was gestorven ruilde ze het stiekem om voor het levende kind.

De volgende morgen merkte de andere moeder meteen dat het dode kind niet van haar was. Ze wilde dat er recht gesproken werd, en zo kwamen ze bij de koning. Hoe kon hij erachter komen van wie het levende kind was, oftewel, hoe kon deze koning recht spreken?

De goede luisteraar herkent natuurlijk de geschiedenis van de wijze koning Salomo. Zijn oplossing leek hard, maar was briljant. “Snijd het levende kind in tweeën en geef beide moeders de helft”.

De onechte moeder vond dat goed, maar de echte moeder smeekte de koning om het kind in leven te laten en het dan maar aan die andere moeder te geven. Welnu, stel dat de koning zijn oplossing had uitgevoerd, dan was de misdadiger goed weggekomen, maar het slachtoffer, de echte moeder, was dubbel onrecht aangedaan.

Mevrouw de Voorzitter, daarmee hebben we het belang van de herziening van het wetboek van strafvordering te pakken. Er moet recht gedaan worden, en dat is van cruciaal belang voor zowel de daders als de slachtoffers. Daarom, wat is het een zegen om te mogen wonen in een rechtsstaat. In een land, waarin woorden als recht, rechtmatigheid, rechtvaardigheid en gerechtigheid geen loze woorden zijn.

En dat we wonen in een rechtsstaat die het recht op orde probeert te houden, in dit geval met de herziening van het wetboek van Strafvordering. Een enorme klus, dus veel respect voor allen die daaraan hun steentje hebben bijgedragen.  Daarbij denk ik ook aan onze collega’s die in de voorbereidingsgroep hebben gewerkt onder de bezielende leiding van mevrouw Rian Vogels! Veel dank!

 

Mevrouw de Voorzitter, terug naar recht en gerechtigheid. In het recht draait het natuurlijk om de juiste toepassing van wetten en regels. Het woord ‘Gerechtigheid’ gaat eigenlijk dieper: dan zijn we aangekomen bij een overkoepelend denken over het waarborgen van de rechtsstaat. En als dat wordt toegepast op het strafrechtproces, dan komen we uit bij de doelstellingen van de rechtsstaat ten opzichte van het strafrechtproces.

Dat strafrechtproces blijft uiteraard gericht op het bestraffen van degenen die de strafwet hebben overtreden. Steeds meer nadruk is komen te liggen op het belang van de rechten en vrijheden van de dader, maar niet minder is dat nodig voor slachtoffers. Ook de slachtoffers, of juist de slachtoffers, hebben recht op bescherming, recht op heldere procedures, recht op een voortvarende afhandeling van het strafproces.

Mevrouw de Voorzitter, de hele samenleving is voortdurend in ontwikkeling, en helaas ontwikkelt zich tegelijkertijd de criminele onderwereld die zich overigens door ondermijning steeds meer vermengt met de ‘bovenwereld’. Bovendien is Nederland zeker op het terrein van georganiseerde misdaad geen eiland, maar helaas op sommige terreinen bijna een soort zenuwcentrum. Denk daarbij aan de drugscriminaliteit. Nederland staat daarbij zeker niet gunstig op de wereldkaart. En om niet meer te noemen, technische ontwikkelingen hebben ook invloed op opsporingsbevoegdheden en op de afdoening van strafzaken in het kader van de digitalisering.

Kortom: heel goed dat het voorliggende Wetboek van Strafvordering het resultaat is van een grondige herstructurering van het Wetboek. Dat is positief voor de rechtszekerheid en voor een evenwichtig stelsel van rechtswaarborgen. Alles vastgelegd in een Wetboek dat bestaat uit acht inhoudelijke boeken, en een 9e boek met slotbepalingen (evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel).

Mevrouw de Voorzitter, enkele aandachtspunten en vragen:

Het strafproces wordt in de kern digitaal. Digitale dossiers, elektronische communicatie, alles gericht op snelheid en volledigheid voor alle betrokkenen.

  • Hoeveel aandacht is gegeven aan digibeten en laaggeletterden? Hoe kunnen zij voldoende meekomen?

Dat brengt mij nog op een ander punt, namelijk van de zogenaamde ‘begrijpelijkheid’. Dat hangt natuurlijk samen met de wijziging van het proces dat van inquisitoir naar meer contradictoir verandert, oftewel het tegensprekelijk karakter is vergroot. Dat biedt de verdachte en zijn raadsman meer mogelijkheden om zelf te komen met bewijs, etc. Maar het heeft ook consequenties voor de motivering van beslissingen. Voortaan geldt de eis dat deze beslissingen zijn gemotiveerd voor zover dat voor de begrijpelijkheid van die beslissingen noodzakelijk is.

  • Wat betekent dat nu eigenlijk precies? Begrijpelijkheid ziet uiteraard op de context van standpunten. Maar hoe wordt dit geborgd voor de taal en de manier van informatievoorziening. Hoort dat ook onder de begrijpelijkheid? En wat zijn de criteria waaraan die begrijpelijkheid wordt getoetst?

En in dit kader nog een vraag, omdat het tegensprekelijk karakter de mogelijkheden voor de verdachte verruimd, hetgeen natuurlijk ook meer werk betekent voor de verdediging van de verdachte.

  • Maakt dat de procesvoering niet extra lastig en ook langduriger? En wat betekent dit voor de werkdruk van de rechtsbijstandverlener?

Anderzijds kan een slachtoffer de idee krijgen dat de verdachte op alle mogelijke manieren in staat wordt gesteld om zich vrij te pleiten.

  • Is onderzocht of door de verruimde mogelijkheden het vertrouwen van slachtoffers in het proces van strafvordering geschaad wordt?

Het nieuwe wetboek gaat, anders dan het huidige, niet uit van één procesmodel. Naast de buitengerechtelijke afdoening via het opleggen van strafbeschikkingen wordt ook, duidelijker dan nu, de berechting door enkelvoudige kamers, naast de berechting door de meervoudige kamer, als een afzonderlijk spoor onderscheiden. We krijgen te maken met strafbeschikkingen door het OM, behandeling van de zaak door een enkelvoudige kamer (1 rechter) of een meervoudige kamer (meerdere rechters), behandeling door de kantonrechter en behandeling door de politierechter.

  • Werkt deze verscheidenheid aan procedures bij aan de efficiency en transparantie van de strafrechtspleging?
  • Wat doet dit alles met het vertrouwen dat de samenleving heeft in de strafrechtspleging?

Mevrouw de Voorzitter, sommige schokkende misdrijven kunnen worden afgedaan middels de strafbeschikking, opgelegd door het OM voor overtredingen en misdrijven met een maximale gevangenisstraf tot zes jaar (de zogenaamde wanbedrijven). Hieronder vallen echter ook gewelds- en zedendelicten, zoals mishandeling of verkrachting (300 Sr en 242 Sr). Dit zijn echter schokkende misdrijven waarvan het wenselijk is dat hier een openbare terechtstelling plaatsvindt, waarbij oog is voor de vergelding namens het slachtoffer. Volgens de leden van de SGP-fractie volstaat het niet om middels een strafbeschikking de procedure aan de openbaarheid te onttrekken bij misdrijven met een grote maatschappelijke of persoonlijke impact.

  • Welke overwegingen liggen eraan ten grondslag om alle overtredingen en wanbedrijven open te stellen voor de strafbeschikking?
  • Is het niet wenselijker om misdrijven met een grote maatschappelijke of persoonlijke impact middels een openbare rechterlijke procedure te doorlopen?
  • Welke rechten hebben slachtoffers om te kiezen om de procedure via de rechter te doorlopen?

Mevrouw de Voorzitter, met deze herziening van het wetboek van strafvordering krijgen we een toekomstbestendig en evenwichtig stelsel van rechtswaarborgen, dat een solide basis vormt om tot een gerechtvaardigd oordeel te komen. Wetend dat daarbij wijsheid noodzakelijk is, en dat een complexe zaak soms om een Salomonsoordeel vraagt.


Ik zie uit naar de antwoorden van de minister!