26 mei 2026

Kerndoel of inspectielijstje?

De nieuwe kerndoelen voor het onderwijs leverden op voorhand wat zorgen op met betrekking tot de vrijheid van onderwijs. Gelukkig zijn die zorgen weggenomen, maar er bleven nog wel wat vragen liggen met betrekking tot de onderwijsinspectie en wat er nu precies van scholen wordt verwacht. Senator Marc de Vries debatteerde vandaag over de Wet herziening grondslagen kerndoelen. Hieronder leest u zijn bijdrage. 

Voorzitter, enkele weken geleden werden er door artificiële intelligentie gegenereerde deepfake videobeelden verspreid die een totaal misvormd beeld van de Holocaust toonden. Onze Tweede Kamer fractie heeft een motie ingediend die beoogt het maken van zulke beelden strafbaar te stellen. Dat lijkt ook ons een goede zaak maar het is niet de hele oplossing van het probleem. Het zou een enorme winst zij als er een generatie opgroeit die in staat is kritisch naar zulke beelden te kijken, en dan zitten we midden in wat in het wetsvoorstel ‘digitale geletterdheid’ heet. Dat is het vermogen om verantwoord om te gaan met toepassingen en uitingen van digitale technologieën zodat deepfake beelden minder kans op succes hebben. Dat is van groot maatschappelijk belang en daarom staat onze fractie positief tegenover dit onderdeel van het wetsvoorstel. Wanneer we kijken naar de concept-kerndoelen die zijn opgesteld door de Stichting Leerplan Ontwikkeling, zien we dat de voorgestelde kerndoelen recht doen aan de vrijheid van scholen om zelf duiding te geven aan de ontwikkelingen van digitale technologieën. Zo wordt er bijvoorbeeld bij het onderwerp Artificiële Intelligentie geen bepaald mensbeeld opgedrongen aan scholen. Het staat scholen vrij om te kiezen tussen een wereldbeeld waarin mensen slechts bestaan uit materie en onze intelligentie geen andere basis heeft dan onze hersenen, of een wereldbeeld waarin de mens een uniek schepsel is die een ziel heeft waardoor deze vrij beslissingen kan nemen en daarom verantwoordelijk gehouden kan worden voor zijn daden.

  • Vraag aan de staatssecretaris: kan deze bevestigen dat de concept-kerndoelen inderdaad deze inhoudelijke vrijheid bevatten?

Voorzitter, voor onze fractie was de vrijheid van onderwijs meer een punt van zorg bij het andere belangrijke onderdeel van het wetsvoorstel, namelijk de kerndoelen voor burgerschap. Overigens zien wij inhoudelijk wel een relatie tussen digitale geletterdheid en burgerschap in die zin dat digitale geletterdheid met enige recht onderdeel genoemd zou kunnen worden van goed burgerschap, evenals trouwens wetenschappelijke geletterdheid, het vermogen om als burger kaas te maken van soms tegenstrijdige uitkomsten van wetenschap. Onze fractie onderschrijft het belang van kerndoelen voor het leergebied burgerschap niet minder dan dat voor digitale geletterdheid.

Voor wat betreft de burgerschapsopdracht hebben we best wat schriftelijke vragen moeten stellen om helderheid te krijgen over de ruimte die er blijft voor de levensbeschouwelijke grondslag van een onderwijsinstelling. Hier speelt met name de relatie tussen de kerndoelen en de in 2021 al aangenomen burgerschapsopdracht. Tijdens de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris met zoveel woorden gezegd dat de kerndoelen een uitwerking van het onderwijsinhoudelijke deel van de wettelijke burgerschapsopdracht vormen. Onze fractie heeft kennisgenomen van de concept-kerndoelen voor burgerschap zoals die door de SLO zijn opgesteld. Het is ons duidelijk dat die net als de kerndoelen voor digitale geletterdheid geen ideologie aan de scholen opdringen maar de vrijheid laten om met inachtneming van de burgerschapsopdracht een eigen onderwijskundige en levensbeschouwelijke duiding te geven aan de kerndoelen. Dat beoordelen wij als positief.

  • Kan de staatssecretaris ook hier bevestigen dat die ruimte in het wetsvoorstel zit?

Voorzitter, het is goed om te zien dat met de concept-kerndoelen, zoals ze nu zijn geformuleerd, een breed curriculum aan leerlingen kan worden aangeboden. De koppeling met de burgerschapsopdracht geeft ons echter wel enige zorg met betrekking tot de handhaving van de combinatie van burgerschapsopdracht en kerndoelen. Een onderzoek dat twee jaar geleden is uitgevoerd door hoogleraar Renée van Schoonhoven van de Vrije Universiteit Amsterdam heeft namelijk aangetoond dat de inspectie bij de handhaving van de burgerschapsopdracht verder gaat dan wat in de wetstekst voorgeschreven wordt. Er worden volgens dit onderzoek aanzienlijk meer herstelopdrachten aan scholen opgelegd dan strikt genomen door de burgerschapsopdracht gerechtvaardigd wordt. Het meerdere dat door de inspectie geëist wordt, schuurt al snel met de vrijheid van onderwijs omdat dit vaak beoogt een zekere levensbeschouwing aan de scholen op te dringen. Als de kerndoelen hier versterkend gaan werken, is het des te meer van belang dat de inspectie zich beperkt tot wat wettelijk wordt voorgeschreven in de burgerschapsopdracht en straks ook in de kerndoelen. Onze vragen aan de staatssecretaris zijn daarom:

  • Is de staatssecretaris bekend met het genoemde onderzoek, dat overigens ook door andere signalen uit de praktijk bevestigd wordt?
  • Is de staatssecretaris het met onze fractie eens dat de inspectie zich heeft te beperken tot wat in de wet voorgeschreven wordt en zich heeft te onthouden van toevoegingen, zeker als die een levensbeschouwelijke kleuring hebben?
  • Welke waarborgen stelt de minister dat onderwijsinstellingen binnen de kaders van de burgerschapsopdracht vrijheid behouden om het onderwijsprogramma breed in te vullen naar identiteit van de school?
  • Hoe gaat de regering erop toezien dat de inspectie bij haar werk zich houdt aan de wetstekst en hier geen oneigenlijke uitbreiding aan gaat geven?

Voorzitter, onze fractie ziet uit naar de beantwoording van onze vragen.