26 oktober 2026

Kan men straks nog naar een kerkdienst luisteren?

Met de wijziging van de Mediawet worden lokale omroepen gedwongen om samen te werken in regionale verbanden. Daarnaast wordt de financiering en coördinatie bij landelijke organen belegd. Hier zitten voordelen aan, maar ook nadelen. Hierdoor verdwijnen bijvoorbeeld veel lokale zenders die, wat de SGP betreft, toch wel belangrijk zijn. Hieronder leest u de bijdrage van Marc de Vries.

Voorzitter, morgen wordt in deze Kamer gedebatteerd over de rechtsstaat. De journalistiek is een belangrijke randvoorwaarde om die te beschermen. Ze doet immers verslag van wat er gebeurt binnen de overheid en de maatschappij, en stelt zo de kiezer in staat om op de democratische scharniermomenten zijn keuze te maken, en anderzijds informeert zij die overheid van wat er in de maatschappij gebeurt en gewenst is, zodat zij tot geïnformeerde beleidskeuzes kan komen.

Kortom, die journalistiek is onmisbaar en moet daarom sterk en robuust zijn. Dat geldt ook voor de lokale journalistiek. Het voorstel dat voorligt is bedoeld om die te versterken. In algemene zin kan de SGP dit wetsvoorstel steunen, maar we zien een aantal zorgpunten.

Het eerste betreft het pluriformiteitsprincipe. Door het opgaan van meer dan honderd lokale omroepen in nieuwe regionale omroepen zal het moeilijker worden om tot een programmering te komen die recht doet aan de verscheidenheid van journalistieke stromingen, culturele uitingen en levensbeschouwelijke inhoud. Zo zijn er lokale omroepen die op zondag kerkdiensten uitzenden. Op die manier kunnen mensen, die niet in staat zijn om naar de kerk te gaan, thuis de dienst meeluisteren. Nu preek ik hiermee natuurlijk even voor eigen parochie, maar het gaat mij om de zorg omtrent die pluriformiteit in het algemeen bij de nieuwe regionale omroepen.

Kleinere gemeenten zullen ermee geconfronteerd worden dat hun overheid minder journalistieke doorlichting ontvangt. Lokale artiesten zullen regionaal moeten concurreren voor zendtijd. Er is minder ruimte voor interviews met het maatschappelijke middenveld. Kortom, het wetsvoorstel is geen versteviging van het pluriformiteitsprincipe en dat wordt niet opgevangen door het nieuwe instrument van concessiebeleidsplannen. Immers zal er minder zendtijd zijn omdat er minder omroepen zijn.

  • Welke maatregelen treft de minister om ervoor te zorgen dat die pluriformiteit in de programmering geborgd blijft?

Dat roept direct de volgende vraag op. Minder journalistiek verslag van de lokale overheid betekent ook dat de journalistieke functie van controle op de democratie vermindert.

  • Hoe reflecteert de minister daarop en hoe blijft die functie gewaarborgd op lokaal niveau?

Verder schuurt deze wet met het subsidiariteitsbeginsel. Enerzijds valt er wat voor te zeggen dat lokale omroepen minder afhankelijk worden van het lokale bestuur. Anderzijds kun je je afvragen of dit niet al goed geregeld was? Daarbij is het maar de vraag of de financiering en coördinatie beter belegd is op regionaal niveau.

  • Hoe verhoudt deze wet zich tot het subsidiariteitsbeginsel?

Voorzitter, ons is bekend dat op de regio West-Veluwe de krachten zijn gebundeld om binnen de regionale omroep de lokale zendfrequenties zoveel mogelijk in stand te houden en een eigen programmering aan te bieden. Op die manier blijft de pluriformiteit behouden terwijl tegelijk uitvoering kan worden gegeven aan deze wet.

  • Is de minister bereid om het behoud van de lokale zendfrequenties binnen de nieuwe regionale omroepen mogelijk te maken?

Wij overwegen een motie op dit punt.

Lokale omroepen kunnen, naast het geld dat zij ontvangen vanuit de gemeenten en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, op dit moment vaak een beroep doen op lokale subsidies en fondsen. Die mogelijkheid valt weg als de lokale omroep opgaat in een nieuwe regionale omroep.

  • Heeft de minister inzichtelijk hoeveel geld er wegvalt door het wegvallen van lokale subsidies en fondsen, en compenseert de extra investering dit?
  • Levert de toegenomen regeldruk met concessiebeleidsplannen en aanwijzingsprocedures niet ook nog extra kosten op? Hoe verhouden die zich tot de extra investering?

Tenslotte een vraag over de effectiviteit van de wet:

  • Hoe wordt concreet meetbaar gemaakt en geëvalueerd of de journalistiek inderdaad verbetert met deze wijzigingen?

Voorzitter, wij staan niet negatief tegenover dit voorstel en zien een wildgroei aan lokale omroepen als ongewenst. Maar we moeten ook waken tegen al te drastische maatregelen, met name omdat vanuit de branche zorgen over de uitvoering en de opbrengsten ervan worden geuit, ook in het licht van de korte overgangstermijn.

Daarom zien we uit naar de antwoorden van de minister.