19 mei 2026

Grip op migratie is nodig

Vandaag debatteert de Eerste Kamer over het asiel- en migratiepact. Het gaat om nationale wetgeving die Europese regels omzet in Nederlandse wetgeving. Het migratiepact bevat een aanscherping van de asielregels die resulteert in effectiever asielbeleid. Hieronder leest u de bijdrage van Peter Schalk.

Mevrouw de voorzitter, er is reikhalzend uitgezien naar de behandeling van het Europees asiel- en migratiepact. Althans, bij de behandeling van de asielnoodmaatregelenwet werd door een aantal partijen gezegd dat die niet nodig was, omdat het Pact er aankwam. Ik ben benieuwd of deze partijen dit Pact nu ook gaan steunen. Dat zal nog moeten blijken.

Mevrouw de voorzitter, bij het debat en de stemmingen rond de novelle en de asielnoodmaatregelenwet heb ik uitvoerig uit de doeken gedaan hoe de SGP aankijkt tegen barmhartigheid in het asiel- en migratiedossier. Kortweg: rechtvaardigheid en barmhartigheid gaan hand in hand vanaf het moment dat iemand in NL arriveert en asiel aanvraagt. Vanaf dat moment zijn er rechten en plichten, de rechtvaardigheid, en vanaf datzelfde moment zijn er mensen en middelen, de barmhartigheid.

Bij het debat over de asielnoodmaatregelenwet zat de sleutel tot het borgen van barmhartigheid in de novelle. Helaas hebben een aantal partijen die borging van barmhartigheid afgewezen. Voor de SGP was dat de reden om tegen de asielnoodmaatregelenwet te stemmen, omdat barmhartigheid niet ondergeschikt mag zijn aan grip op asiel.

Bij het recht hoort ook dat er een moment van beslissing valt: je mag hier blijven, of niet. Als je dat niet durft te doen, dan is het asielbeleid failliet en is de overheid haar gezag kwijt. En als je dat wel aandurft, en de SGP durft dat aan op goede gronden, dan is de barmhartigheid niet plotseling verdwenen. Nee, ook dan worden uitgeprocedeerde asielzoekers geholpen tot het laatste toe. Onder die voorwaarden vindt de fractie van de SGP het niet meer dan logisch dat het kabinet met maatregelen komt om grip te krijgen op asiel.

  • Kan de minister aangeven welke kansen deze Eerste Kamer heeft gemist door de asielnoodmaatregelenwet te verwerpen, op welke wijze hij dat hoopt te repareren, en welk tijdpad hij daarbij voor ogen heeft?

Hoe dan ook, door het Asiel- en Migratiepact wordt de asielinstroom beperkt door meer opvang aan de Europese grenzen, strakkere termijnen voor asielaanvragen en een versnelde grensprocedure voor kansarme asielzoekers.

Of dat allemaal gaat lukken is natuurlijk wel een belangrijke vraag. Vandaag beperk ik me tot een paar vraagstukken die nog om een oplossing vragen.

Allereerst, het overgangsrecht, met name voor de vergunningen die van vijf naar drie jaar gaan. Normaliter worden bestaande zaken getoetst aan de wetgeving zoals die was op het moment dat de aanvraag werd gedaan (toetsing ex tunc), tenzij de wet voorschrijft dat bestaande zaken volgens de nieuwe regels worden beoordeeld (toetsing ex nunc). Daarbij geldt als uitgangspunt dat het wettelijke regime geldt dat het beste uitpakt voor de aanvrager.

Kan de minister uitklaren hoe dat gaat werken, bijvoorbeeld met iemand die in januari van dit jaar een aanvraag deed voor een vergunning voor vijf jaar, en deze persoon krijgt pas uitsluitsel nadat de wet is aanvaard en het pact inwerking treedt. Op dat moment staat 3 jaar in de wet, en de aanvrager raakt dus eigenlijk 2 jaar kwijt. Dat gaat ongetwijfeld leiden tot allerlei juridische  procedures en zal dit worden aangevochten bij de rechter.

  • Klopt het dat bestaande aanvragen straks onder de nieuwe regels worden beoordeeld en daardoor tot een negatiever besluit leiden dan wanneer zij onder de oude regels zouden zijn beoordeeld?
  • En wat is het risico dat dit leidt tot procedures met een grote kans dat de rechter besluit dat bestaande aanvragen, vanwege de positievere uitkomst voor de aanvrager, onder het oude recht moeten worden beoordeeld?

Mevrouw de voorzitter, binnen de EU zijn afspraken gemaakt over de verdeling van asielzoekers waarbij lidstaten dus verplicht asielzoekers moeten opnemen, tenzij ze hun aandeel afkopen waardoor de asielzoekers in een andere lidstaat kunnen worden opgevangen, het zogenaamde solidariteitsmechanisme. Er wordt wel gesproken over een Europese spreidingswet. Nu was de SGP tegen de Spreidingswet in Nederland, en de zorgen die we daar destijds over hadden worden helaas vandaag bewaarheid. Een Europese spreidingswet bekijken we dan ook met de nodige zorg. Vooral ook omdat deze nieuwe verdeelafspraken voor Nederland niet per se positief uitpakken. Anderzijds, het zijn Europese afspraken die niet in nationale wetgeving hoeven worden omgezet en daarom zijn deze afspraken geen onderdeel van het asiel- en migratiepact, hoewel ze er wel nauw mee verbonden zijn.

  • Kan de minister aangeven wat nu eigenlijk de consequenties van deze niet in het asiel- en migratiepact opgenomen afspraken zijn? En hoe gaat Nederland daar invulling aan geven op de korte en lange termijn?

Mevrouw de voorzitter, de ontbrekende schakel in het pact en in de Europese afspraken betreft de terugkeerverordening. Die is er nog niet. Op 26 maart heeft het Europese Parlement wel een terugkeerverordening aangenomen en op dit moment lopen daarover de onderhandelingen met de Europese Raad en de lidstaten. Er wordt dus wel gewerkt aan een terugkeerverordening, met afspraken over detentiecentra, opsporing, uitzettingen, etc. Daarom de volgende vragen:

  • Wat is de inzet van de minister bij deze afspraken?
  • Blijft de minister daarbij ondubbelzinnig inzetten op het verplicht wederzijds erkennen en uitvoeren van de terugkeerbesluiten, in lijn met motie-Diederik van Dijk/Yesilgoz?

Wat de SGP betreft blijven de Dublinafspraken gaan bóven nationale keuzes van andere lidstaten, oftewel de afspraak dat het eerste aankomstland verantwoordelijk blijft voor de opvang van asielzoekers, zodat we asiel-hoppen tegengaan.

  • Kan de minister toezeggen dat dit zijn inzet is in de onderhandelingen in de EU en dat hij hier stevig op inzet?

Mevrouw de voorzitter, met alle begrip voor privacy en gevoeligheid rond persoonsgegevens, we maken het onszelf wel moeilijk als het gaat over de privacy van asielzoekers. Hun hele hebben en houwen wordt bekeken en besproken, maar we mogen blijkbaar niet hun telefoon gebruiken om te checken waar ze allemaal al geweest zijn. Een gegevensdrager bij uitstek, die frauderende asielzoekers zomaar kunnen ontmaskeren mogen we niet gebruiken. Het zou bij de toetsing van een aanvraag helpen als de IND (digitale) gegevensdragers kan uitlezen om te zien of de data van bijvoorbeeld een mobiele telefoon overeenstemt met de verklaring die wordt gegeven. Trouwens, alle bellen moeten toch gaan rinkelen als een asielzoeker niet wil meewerken aan de check van zijn eigen verhaal. Dat is toch raar.

In de praktijk gebeurt dit uitlezen overigens wel, vaak omdat het nodig is omdat geen andere informatie beschikbaar is om een aanvraag te beoordelen. Echter, omdat er geen juridische grondslag is voor dit uitlezen is het eigenlijk strijdig met de privacywetgeving. In deze gevallen gebeurt het meestal omdat de aanvrager daarvoor toestemming geeft. Ook daarvan geldt echter dat dit niet automatisch tot rechtmatigheid leidt, omdat er sprake kan zijn van machtsongelijkheid tussen de aanvrager en de medewerker van de IND. Zolang er geen duidelijke (wettelijke) bevoegdheid is, is dit dus wel problematisch en schuurt het. Door het niet wettelijk te regelen houd je een bestaande, onwettige praktijk in stand die tot grotere inbreuken op de privacy leidt dan wanneer er een wettelijke grondslag met concrete waarborgen zou worden gesteld.

Juist door een wettelijke bevoegdheid te creëren kunnen nadere waarborgen gesteld worden die er nu niet zijn.

  • Komt de minister met spoed met wetgeving waardoor de IND de bevoegdheid krijgt om gegevensdragers uit te lezen zonder dat dit tot concrete privacy schendingen leidt?

Mevrouw de voorzitter, met het wegstemmen van de asielnoodmaatregelenwet is ook een belangrijk element weggevallen dat door een deugdelijk amendement van de SGP in de Tweede Kamer was ingevoegd, en wel over de asieldwangsommen. Maar liefst 79 miljoen euro is over de balk gesmeten vorig jaar. Die rechterlijke dwangsom willen we natuurlijk kwijt. De IND smeekt om afschaffing. Mijn collega Diederik van Dijk heeft opnieuw een amendement van die strekking ingediend in de Tweede Kamer.

  • Kan de minister toezeggen dat hij dat amendement gaat omarmen en uitvoeren op korte termijn?

Als daar geen heldere toezegging op komt, overweeg ik een motie op dit punt.

Mevrouw de voorzitter, bij de behandeling van de asielnoodmaatregelenwet werden er wisselende signalen uitgezonden door belangrijke instanties.

  • Is er nu wel voldoende draagvlak voor dit wetsontwerp?
  • En is het uitvoerbaar door de IND? Waarom is alleen Ter Apel klaar voor de nieuwe werkwijze, zoals vandaag bekend werd?

Allerlaatste punt: gisteren werd bekend dat er vliegende teams komen om gemeenten te helpen die de gevolgen van de spreidingswet ondervinden. Welke expertise zit daarin?

  • Wordt er ook een vliegende rechter aan toegevoegd, oftewel, is de minister bereid om te onderzoeken of snelrecht mogelijk is?
  • En wat is de stand van zaken bij de wijziging van de Wet openbare manifestaties in verband met een verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties?

In 2018 heb ik een motie ingediend voor onderzoek hiernaar. Het wordt hoog tijd om dit aan te pakken.

Ik zie uit naar de reactie van de minister.