Ajuus

Publicatiedatum: 8 dec. 2015

 

 

In de vroege ochtend van maandag 30 november stierf op zijn boerderij in Uddel op de Veluwe Gerrit Holdijk. In Den Haag was hij jarenlang medewerker van de SGP-fractie in de Tweede Kamer. Oók was hij 25 jaren lid van de Eerste Kamer. Afgelopen juni nam hij afscheid.

Vandaag stond de Eerste Kamer stil bij zijn overlijden. Daarbij voerden twee mensen het woord. Senaatsvoorzitter mevr. Broekers-Knol en minister-president Rutte. Beide toespraken staan hieronder.

Mevrouw broekers-Knol:
“Op 30 november jongstleden overleed op 71-jarige leeftijd Gerrit Holdijk, oud-senator voor de Staatkundig Gereformeerde Partij. Hij was lid van de Eerste Kamer van 3 juni 1986 tot 23 juni 1987 en van 11 juni 1991 tot 9 juni 2015. Daarmee was hij 25 jaar lang een niet weg te denken stabiele factor in dit Huis. Het beeld van de heer Holdijk die een pijp rookt voor de ingang van de Eerste Kamer is iconisch en zal ons nog lang bijblijven. Maar nog veel langer zullen wij ons zijn gedegen juridische inbreng en zijn zachtmoedige doch standvastige karakter herinneren.

Op 17 november 1944 werd Gerrit Holdijk geboren in Uddel, als zoon van een landbouwer. Na het afronden van de opleiding voor het notariaat en de studie rechten in Utrecht, werd hij in 1971 zelfstandig juridisch adviseur en in 1972 - op verzoek van SGP-partijleider Abma - beleidsmedewerker bij de SGP-fractie in de Tweede Kamer. De heer Holdijk was de eerste die de functie van beleidsmedewerker voor de SGP-fractie vervulde en zou dit blijven doen tot 2010; naast zijn juridisch adviesbureau. Vanaf 1987 combineerde hij dit ook met het lidmaatschap van de Provinciale Staten in Gelderland. Verder zette hij zich actief in voor de plaatselijke kiesvereniging, het studiecentrum voor de SGP en het blad Zicht van de Guido de Brès-Stichting.

In de Eerste Kamer leverde de heer Holdijk keer op keer juridisch gedegen bijdragen. Zijn bijdragen aan het plenaire debat waren steevast treffend en kernachtig. Zo stelde hij in zijn maidenspeech dat de politiek vaak wel ongeveer kan aangeven hoe het niet moet, maar dat het veel moeilijker is om te zeggen hoe het idealiter wel zou moeten. Die uitspraak typeert de ontnuchterende distantie die hij altijd wist te bewaren tot de politiek, al was hij er vrijwel zijn gehele werkzame leven bij betrokken. Zich laten opzwepen door politieke overwegingen paste niet bij zijn zelfstandige, onafhankelijke karakter. Zelf zei hij hierover dat hij slechts een jurist was in de coulissen van de politiek.

Sterke, principiële overtuigingen had de heer Holdijk wel. Dit kwam onder andere tot uiting toen hij na 23 jaar Kamerlidmaatschap voor het eerst een motie indiende, ter versterking van de positie van winkeliers die worden gedwongen hun winkels op zondag te openen. En ook toen voor de aanpak van de mond-en-klauwzeerepidemie op grote schaal dieren werden geruimd.

Nooit zocht hij zelf de publiciteit op. Enerzijds omdat hij dat niet wilde, anderzijds omdat hij dat niet vond passen bij een senator. De senaat moest volgens hem in een zekere politieke en publicitaire luwte de kwaliteit van wetsvoorstellen beoordelen. Desondanks werd de heer Holdijk tijdens het eerste Kabinet Rutte onderwerp van grote publicitaire belangstelling. Hij had niet om het felle, scherpe licht van de camera's gevraagd en voelde zich daar zichtbaar ongemakkelijk bij.

Toch zette hij onverstoord zijn werk als Kamerlid voort. Hij bleef wetsvoorstellen op hun juridische merites beoordelen. Toen hem werd gevraagd of de versterkte aandacht hem had veranderd, antwoordde hij dat hij met zoveel druk op hem vanzelf laag bij de grond bleef. Zijn unieke positie ten tijde van het kabinet Rutte II leidde zelfs tot de term 'Holdijk-proof: als een wetsvoorstel Holdijk-proof is, zit het goed in elkaar.

De heer Holdijk was sterk overtuigd van het belang van het koesteren van de rechtsstaat. Hij hamerde bij de behandeling van wetsvoorstellen steevast op deugdelijk overgangsrecht en was onder andere zeer kritisch op bezuinigingsmaatregelen die de toegang tot de rechter beperkten. Hij beoordeelde wetsvoorstellen vanuit een conservatieve inslag en vanuit de idee dat godsdienst, zedelijkheid en recht nauw op elkaar betrokken zijn. Zijn persoonlijk geloof stond in zijn inbrengen nooit voorop, maar was altijd wel het sluitstuk. Zo sloot hij ooit zijn inbreng af met de woorden: ,,Wij weten niet wat leven is / Alleen dat het gegeven is / En dat van dit geheimenis / God het begin en einde is."

Bij zijn afscheid van de Kamer op 2 juni dit jaar zei de heer Holdijk dat hij dat hij zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer had beleefd zoals de door Livius beschreven Romeinse politicus Cincinnatus. Hij was consul in 460 voor Christus en door de senaat zelfs tweemaal tot dictator geroepen. Vóór die roeping was zijn leven gewijd aan de landbouw. Indien en voor zolang nodig was hij bereid om op verzoek de publieke taak te dienen. Nadat zijn taak er op zat nam hij afscheid om naar zijn akker en voorvaderlijk erf terug te keren. Wij weten dat de heer Holdijk het als genade heeft ervaren dat hij na zijn zware operatie de kracht kreeg om zijn taak hier te voltooien; om daarna terug te kunnen keren naar zijn voorvaderlijk erf. Maar wij betreuren het dat zijn verblijf in zijn vertrouwde omgeving nog maar van zo korte duur mocht zijn.

Zijn grote verdiensten voor onze parlementaire democratie en de wijze waarop hij zijn taak als Eerste Kamerlid uitoefende, zijn voor ons een bron van inspiratie en een voorbeeld. Moge de dankbaarheid over zijn rijke leven en de blijvende herinnering aan de bijzondere mens die hij was, zijn familieleden, vrienden en partijgenoten tot steun zijn.”

Minister-president Rutte:

“Mevrouw de voorzitter!
Minder dan een half jaar geleden namen we in dit huis afscheid van de heer Gerrit Holdijk als senator, een functie die hij maar liefst een kwarteeuw vervulde. Het verdrietige nieuws van zijn overlijden kwam niet onverwacht, maar toch nog heel snel.

Hij was in het Haagse een van de laatste mensen die ik persoonlijk altijd ben blijven vousvoyeren. Tegelijkertijd ken ik weinig politici zo direct benaderbaar en zo wars van opsmuk als hij. Het was die geheel eigen manier van doen die hem een natuurlijk gezag verleende, samen met zijn grote kennis van zaken en zijn wijze, bezonken oordeel. Zijn pijp paste bij zijn bedachtzame aard. Een gesprek of debat met senator Holdijk, was altijd de moeite waard

Hij was principieel en beginselvast, maar tegelijkertijd aimabel en geen scherpslijper. Met zijn eerlijkheid, onderkoelde humor en heldere taal nam hij mensen voor zich in; ook buiten de eigen kring. Zo heeft hij op geheel eigen wijze gedurende vele jaren veel voor ons land betekend.

De heer Holdijk zocht de voorgrond niet en al helemaal niet voor zichzelf. In de luwte van het politieke bedrijf voelde hij zich karakterologisch het meest thuis. Maar toen hij door politieke omstandigheden plotseling toch in het brandpunt van de belangstelling kwam te staan, bleef hij gewoon wie hij was. Een man zonder kaarten in de mouw, recht door zee en  glashelder over zijn standpunten. 'Ik zit zo in elkaar dat ik het liefst zo onafhankelijk mogelijk tot mijn oordeel kom,' zei hij ooit; een uitspraak die getuigt van zelfkennis.

Wat Gerrit Holdijk ten diepste dreef was een onwankelbaar Godsvertrouwen. Ik vond het mooi hoe hij bij zijn afscheid van de Eerste Kamer sprak over de betekenis van de Veluwse afscheidsgroet ‘ajuus’, dat komt van adieu, ga met God. Die weg is nu de zijne. En ik hoop van ganser harte dat deze gedachte troost biedt aan zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, zijn partijgenoten en alle andere nabestaanden. Ik wens hen heel veel sterkte toe.
Dank u wel.”